Verloren zit Frans op zijn crèmekleurige, stoffen bank. De bank is nog best netjes. Op wat kleine vlekjes en haren na van Lex die de afgelopen jaren zijn sporen achter heeft gelaten, kan het er best mee door. “Zou ik hem mee kunnen nemen, de bank?” denkt Frans hardop. Lex tilt zijn kop op en kijkt zijn baas met grote ogen aan. In het gezicht van Frans ontstaat een frons boven zijn ogen. “Nee… ze hebben gezegd dat grote meubelen niet mee kunnen”, bedenkt Frans zich in een paar seconden.

Lex springt op dat moment op en kruipt naast Frans op de bank. De paar extra verloren haren kan Frans niet schelen. Met een zacht klopje op zijn been laat hij Lex merken dat hij tegen hem aan mag komen liggen. Lex legt zijn kop op de benen van Frans in de hoop op een aai over zijn kop, omdat hij dit gewend is. In plaats van een aai pakt Frans Lex stevig vast. “Ook al zou ik helemaal niks mee kunnen nemen naar het verzorgingshuis, dat zou me allemaal gestolen kunnen worden zolang ik jou maar bij me heb.”

Verloren

Frans stem slaat een keer over, op dit soort momenten viert zijn emotie hoogtij. Lex voelt hem aan, zoals hij dat altijd heeft gedaan. Zoals elk huisje zijn eigen kruisje heeft, zo hebben Frans en Lex deze ook. Het moment van afscheid nemen van Frans dierbare vrouw. Het lange ziekbed. Frans kan zich goed herinneren hoe Lex destijds aan het bed gekluisterd lag. Hoe fijn vond Frans het om in die tijd samen met Lex buiten te lopen. De wind op zijn gezicht te voelen, de stappen die hij in het heden kon zetten, het even loslaten van zijn verdriet. Lex voelde dit aan, probeerde op Frans gezicht weer een glimlach te toveren.

Dan gaat de deurbel, Lex springt op en rent naar de deur van de gang. Blaffen doet hij niet. Frans wordt ruw uit zijn herinneringen getrokken. “Daar zijn ze Lex, nu gaat het gebeuren.” Frans staat op van de bank en wijst met een klein gebaar naar Lex zijn mand. Zonder ook maar één woord te wisselen kruipt Lex op zijn plaats en blijft naar de deur staren als Frans ondertussen naar de voordeur loopt.

Als na enige minuten de deur van de gang weer open gaat en Frans komt terug gelopen is het huis in één keer te klein. Mannen, heel veel mannen in donker blauwe pakken lijken het huis over te nemen. Lex voelt zich verloren en onrustig, omdat dit niet is wat hij gewend is. Spullen worden in dozen gelegd, de gordijnen worden van de rails gehaald, de bank…

Daar gaat de bank. Lex drentelt voor de voeten van de mannen omdat hij zich ongemakkelijk voelt. Een grote zwarte laars komt richting zijn kop en voor het eerst in zijn leven gromt Lex zacht, zijn lippen iets omhoog waardoor zijn witte hoektanden ineens agressief lijken. Lex verbinding met Frans wordt weggenomen. De bank waar zij zoveel samen op hebben gezeten. De bank die zoveel betekent omdat dit de verbinding symboliseert rondom Frans en Lex.

Een plukje haar dwarrelt van de bank op de kale vloer. Eenzaam en verlaten zoekt het zijn weg in de leegte.