Frans en Lex

Frans is 76, een statige man met grijze haren die als een warboel soms onder zijn donkerbruine, velours petje steken. De pretogen doen zijn kraaienpootjes regelmatig dansen op zijn gezicht, vooral als hij zijn lange jas aantrekt en met zijn hand naar de kapstok reikt. Daar hangt een oude, versleten riem. De riem van Lex. Lex is al een wat oudere hond, maar voor een echte Duitse Herder kan hij er zeker nog goed mee door. Ook al zijn er her en der wat klitten te vinden in zijn vacht en is hij misschien niet meer zo snel als vroeger, Lex voelt zich goed.

Lex springt op en draait zijn elegante lichaam in allerlei bochten om snel bij de deur te kunnen zijn. “Even wachten maatje, mijn handen willen niet zo snel meer.” Frans pakt de riem van de kapstok en klikt deze vervolgens ietwat onhandig aan Lex zijn halsband. De deur gaat open, een frisse ochtendbries doet zijn grijze haar zacht bewegen en verrast hem enigszins. “Ho even Lex, dan pak ik mijn sjaal erbij, kunnen we wat langer samen buiten lopen.”

Enkele momenten later lopen Frans en Lex samen op de stoep. Lex trekt zacht aan de riem omdat hij in de verte het groene gras al zichtbaar ziet worden. Het subtiele seintje voor Lex om tegen zijn baas te zeggen: ”Beetje doorlopen graag, dan kan ik zo lekker los!” Frans kijkt naar zijn maatje, herinneringen aan vroeger schieten één voor één in zijn gedachten. Hij zegt met een opgewekte lach in zijn stem: “Weet je nog Lex, dat we zomers samen met je vrouwtje naar het strand gingen? Wat vonden we dat toch altijd heerlijk.”

verhalen blog frans en lex

Frans gezicht vertrekt een beetje, zijn ogen lijken waterig en grauw. De wind is toch best guur. Frans zucht in gedachten, “Vrouwtje… ik zeg nog steeds vrouwtje tegen Lex. Ach lieve Femke, was je nog maar hier. Niet alleen ik mis je elke dag, Lex mist je ook, mist onze uitstapjes, het zand van het strand onder onze blote voeten, samen rennen in de branding en lachen, samen lachen…” Op dat moment springt Lex tegen Frans op en haalt hem uit zijn gedachten. Met moeite kunnen zijn benen hem staande houden. Ook al woont Frans nog steeds zelfstandig in het huis waar hij al 32 jaar woont, sinds zijn vrouw Femke overleden is, wordt het dagelijkse leven toch steeds zwaarder. “Je hebt gelijk Lex, wacht even, dan maak ik je los.”

De twee vrienden lopen rustig over het natte gras. Kleine takjes knisperen onder Frans versleten schoenen, een fazant schiet weg waarop Lex reageert en er op zijn manier achter aan probeert te rennen. Er verschijnt weer een glimlach op Frans gezicht. Het houten bankje waar hij altijd een paar minuten op gaat zitten komt in zicht. Met zijn sjaal maakt hij een gedeelte droog en neemt plaats. Elke dag op hetzelfde bankje, elke dag samen met zijn Lex.

Twee vermoeide armen rusten op zijn knieën, de sjaal glijdt soepel tussen zijn pijnlijke vingers door. “Ouderdom komt met gebreken…” zucht Frans hardop en sluit voor een moment zijn ogen. Een warme, natte neus duwt zacht tegen zijn handen aan. Lex staat dicht bij Frans, zijn kop scheef, oren rechtop en ietwat naar voren gedraaid. “Het is zover makker, het spijt me, ik kan het niet meer…” Ook al doet het zeer, Frans pakt Lex zijn grote kop tussen beide handen en drukt hem stevig tegen zich aan.

Het gevoel van verslagenheid en verdriet zorgen ervoor dat Frans zijn tranen niet meer kan bedwingen. “Ik kan niet meer voor je zorgen vriend. Het is voorbij. Nooit meer samen buiten wandelen, samen eten en televisie kijken op de bank. Ze hebben gebeld dat ze een kamer vrij hebben in het verzorgingshuis. Het spijt me makker, daar mag je me niet meer volgen…” Lex zit dicht tegen Frans, zich niet realiserende dat dit zijn laatste wandeling met zijn trouwe baas zal zijn.

Op dat moment weet Frans niet wat er meer pijn doet, zijn handen of zijn hart…