Familie is voor Frans belangrijk en heeft hij ook graag om zich heen, Lex is daarin zijn steun en toeverlaat. Nu zit Frans alleen op zijn bed. Een bed met zijsteunen en een kastje met knoppen. Dit kastje heeft een sierlijk, gekruld snoer er aan vast waarmee hij zijn bed hoger en lager kan zetten. Zijn nieuwe kamer ziet er best leuk uit. Ook al staan er lang niet zoveel spullen als in zijn oude huis, de herinneringen die er aan vast zitten zijn vele malen groter dan wat dan ook.

De regen zakt in sierlijke lijnen over zijn raam. Het vertroebelt het uitzicht enigszins, maar ondanks dat kan Frans goed zien hoe de bladeren van de bomen beginnen te vallen. De herfst breekt aan. Een heerlijke tijd vindt Frans. Lekker door de bladeren struinen en verwondert zijn over alle kleuren uit de natuur. Balletjes gooien met Lex, balletjes kwijtraken omdat ze verstopt liggen onder het bladerdek. Lex kon er tijden naar zoeken. Zijn neus achterna want dat deed hij graag. Het kwam zelden voor dat Lex de bal niet terug kon vinden.

 

familie

Frans draait zijn hoofd naar de muur. Een tweetal foto’s prijken op de witte wand in zijn kamer. Zijn familie, zijn vrouw Femke, voor hun oude huis in de tuin. Ze was op dat moment onkruid aan het wieden. Lex was nog een pup en speelde met de takken en plantjes. Hierdoor werd het tuinieren van Femke zo wreed verstoord dat ze al schaterend van de lach op de foto stond, met een vieze hond compleet onder de aarde. Daarnaast een groot portret. Een immens grote hondenkop met stralende bruine ogen die de kamer tot leven brengt. Lex, in de bloei van zijn leven.

Een moment van trots overvalt Frans. Ja, dat was zíjn Lex. De foto’s betekenen alles voor Frans. Het doet hem terugdenken aan mooie tijden, het roept een gevoel van blijdschap bij hem op. “Hoe zou het met Lex zijn? Ik weet dat ze hun best doen om een plekje voor hem te vinden, maar het valt niet mee… Zou hij mij net zo missen als ik hem?” Frans voelt zich eenzaam, hij mist zijn maatje, zijn familie. Op dat moment wordt er zacht op zijn deur geklopt. Twee korte, snelle klopjes. Frans herkent het gelijk, zijn dochter is er.

“Pap? Ben je hier? Ik heb goed nieuws voor je!” De deur wordt met een zwiep opengedaan waarna Frans in de pretoogjes van zijn dochter kijkt. Frans kan zich de laatste keer niet herinneren dat hij de lichtjes in de ogen van zijn dochter heeft gezien. “Kom pap, trek je jas aan en dan gaan we”. Nog voordat Frans wat kon zeggen werd zijn jas al aangetrokken. Met een klein duwtje in de rug richting de uitgang liepen Frans en zijn dochter op weg naar de auto. “Het is niet zo ver hoor pa, we zijn er zo!” Frans knikt en laat het weer over zich heen komen.

De auto rijdt de bebouwde kom uit, wegen worden smaller, de omgeving wordt groener. Lanen met hoge bomen die wuiven in de wind. Grote roofvogels aan de kant van de weg, wachtende op een verdwaalde muis. Ganzen vliegen hoog in de lucht in V-formatie op weg naar het zuiden, naar de warmte, naar hun tweede thuis. Daar zijn ze dan. Een groot gebouw verscholen in het groen aan een doodlopend weggetje. De dochter van Frans parkeert de auto en stapt uit om haar vader te helpen uit de auto te komen, omdat dit de laatste tijd toch wat moeizamer gaat.

Gearmd lopen vader en dochter door de glazen deuren en stappen een warme huiskamer in. “Ga maar lekker even op de bank zitten Pap, dan meld ik even dat we er zijn”. Frans snapt nog steeds niet helemaal waar ze nu zijn? De grote huiskamer is knus, er is koffie, er staan mooie, groene planten en her en der een hondenmand. Een verdwaald speeltje ligt voor de open haard. “Kom Pap, het is hier de deur door!” Frans loopt zijn dochter achterna. Met een gestrekte arm houdt ze de deur voor hem open zodat hij naar binnen kan lopen.

 

familie

Een paar kraalogen kijken Frans aan. Er is rumoer, omdat er opwinding heerst. Diverse honden komen Frans tegemoet en kwispelen, geven likjes en duwen hun kop tegen zijn hand. Frans is verbaasd en blij tegelijk, dat is nog eens een fijne familie en een warm welkom! Dan ziet Frans achter in de woonkamer onder het raam een dik kussen liggen met een hond erop. Een oude Duitse Herder met her en der wat klitten in zijn vacht en misschien niet meer zo snel als vroeger. De tijd lijkt even stil te staan.

Als een langzame film ziet hij zichzelf richting de herder lopen. Ook al doen zijn handen zeer en kunnen zijn benen hem soms niet meer dragen, in zijn emotie zakt Frans op zijn knieën en rijkt zijn handen uit naar de hond. Zijn Lex, zijn maatje duwt zijn grote kop tegen hem aan. “Dag vriend, wat heb ik jou gemist…”

Frans dochter neemt haar vader bij de hand en begeleid hem naar de bank. Met een zacht klopje op zijn been staat hij Lex toe bij hem te komen liggen. Frans dochter pakt de hand van haar vader en knijpt er even zacht in. “Lex heeft geen nieuwe eigenaar gekregen. Zijn familie is alleen een stukje groter geworden”, zegt ze met een twinkeling in haar ogen. Dan haalt ze een plastic zakje uit haar handtas. Een boterham met smeerleverworst komt tevoorschijn. “Hier Pap, Lex heeft volgens mij nog geen ontbijt van je gehad”.